De natuur weet alles en kan alles

In maart van dit jaar is het eerste Woonkeuken magazine 'Proefruimte' verschenen.
Dit magazine bevat een proeverij van recepten, over de transitie van ons Overijssels vastgoed.

Hier staan digitaal de artikelen die zijn in het magazine zijn verschenen. Wilt u graag een papieren magazine ontvangen? Stuur dan een mail naar woonkeuken@overijssel.nl

 

Sluit daarop aan en maak onze wereld gezonder, leefbaarder en fraaier

Samen met Guus Zeillemaker gaf Lydia Fraaije tijdens de Kookstudio Circulair Bouwen in het Oude Stadhuis te Almelo een korte toelichting op hun voorstellen voor het hergebruik van dit enorme kantoorpand. Zij deden dat vanuit de Stichting projectbureau Hergebruik Gebouwen. Met betrokken gedrevenheid spraken zij over de kansen en mogelijkheden van het gebouw zelf, filosofeerden ze kort over de mogelijke gebruikers, maar lieten ze ook zien dat het gebouw onderdeel uitmaakt van de omgeving en dat alles met elkaar in samenhang is. Bij hun onderzoek liep de denklijn dan ook van het gebied naar de nieuwe gebruiker en weer terug. Welke functies passen, wie zijn die gebruikers en waarom en wat is interessant. Om vervolgens daarmee weer te kijken hoe de omgeving daarop in kan spelen en meebewegen en hoe het gebouw kan assimileren met wat haar omringt.

Hoewel er vanwege het volle programma weinig tijd was, openden ze in de korte tijd die hen beschoren was een nieuwe wereld die nieuwsgierig maakte. Zeker ook toen de term ‘biomimicry’ viel. Later op de ochtend werd die nieuwsgierigheid nog een paar keer geprikkeld. Lydia liet in een gesprek dat aan een van de tafels werd gevoerd vallen ‘dat we moeten stoppen met naar een gebouw te kijken als een machine en toe moeten naar het idee van een gebouw als een organisme’: dat betekent dat je het als een soort van mini-kosmos moet beschouwen waarin je het gevoel moet krijgen ‘hier ben ik thuis’. Dan moet je goed nadenken over de cultuur die je om je heen bouwt en het gebruik definiëren in samenhang met de omgeving – misschien moet je zelfs nieuwe gebruikers bedenken. Opvallend was ook de suggestie die ze de architect en de ontwikkelaar van het Oude Stadhuis van Almelo meegaf: laat het gebouw de longen van de stad worden!

Het zijn opvallende uitspraken en het kan niet anders dan dat daar hele werelden achterliggen. Als je daar kennis van neemt valt alles als vanzelf op z’n plek. Het begint allemaal met de notie dat de natuur alles al een keer heeft uitgevonden – en dat veel beter dan wij. De mens kan leren van die 3,8 miljard jaar research- en developmentkennis: het is een heuse technische database van de natuur. En duurzaam, want ze is bijvoorbeeld energie-efficiënt, er is geen sprake van verspilling, laat processen bij kamertemperatuur verlopen en is een ster in assimilatie. Als je dit alles op je in laat werken en voorbij het ontzag bent, begint langzaam door te dringen hoe gigantisch de mogelijkheden zijn als je van daaruit durft te kijken en te denken. Schuchter begonnen als beweging, heeft bio mimicry inmiddels vaste voet aan de grond gekregen in de wetenschap, de industrie en het maatschappelijke veld. Als definitie: ‘het is de wetenschap en de kunst van het imiteren van de beste biologische ideeën in de natuur om menselijke toepassingen uit te vinden, te verbeteren en duurzamer te maken.’ Een goudmijn voor architecten en ontwikkelaars!

Het gedachtegoed heeft in de hele wereld vaste voet aan de grond en ook in Europa is het een factor van belang en is het sterk in ontwikkeling. Er zijn inmiddels allerlei opleidingen voor en sinds een jaar of tien heeft het ook een plek gekregen in de universiteiten bij de faculteit biologie. Biologen leren daar onder andere om te communiceren met het bedrijfsleven om hen de markt in biologische termen te laten zien en de kennis van de natuur door te vertalen naar voor hen praktische en grijpbare mogelijkheden. Het uitdragen van de boodschap - hoe breder, hoe beter - is belangrijk, want bekend maakt bemind. En daar profiteren wij allemaal van! Zo is in 2017 het ‘Lectoraat Biomimicry’ ingesteld bij Aeres Hogeschool Wageningen. Het lectoraat is een samenwerking tussen hen en Hogeschool InHolland Delft en VHL Leeuwarden, die vanuit hun groene DNA als verbindende factor hierin kennis delen en met elkaar optrekken. Zij richten zich op het ontwikkelen van nieuwe kennis en integrale concepten door samen met het onderwijs, nationale en internationale innovatieve bedrijven en kennisinstituten praktijkgericht onderzoek uit te voeren. Ook willen ze ervoor zorgen dat biomimicry een vaste waarde wordt in het domein van ‘agri en food’ en in het groene beroepsonderwijs. Nog meer samenwerking vindt plaats binnen de Biomimicry Alliance, waarmee Europese aanvragen voor projecten worden gedaan.

Het team van BiomimicryNL waar Lydia Fraaije deel van uitmaakt, bestaat momenteel uit 5 professionals. Zij bieden vanuit hun visie een breed kennisspectrum ten aanzien van finance, social innovation en ict, organisatiestructuren, architectuur en design en natuurlijk consultancy. Hun doel is om met die inhoudelijke kennis en ideeën projecten te starten en te begeleiden en natuurlijk om biomimicry in Nederland naar een volgend niveau te tillen. Het is een andere en bredere manier van over de dingen nadenken. Bijvoorbeeld op het vlak van duurzame gebouwen kun je veel verder gaan dan je alleen maar te focussen op energie en (her)gebruik van materialen: hoe zorg je ervoor dat het gebouw zelf, maar juist ook in combinatie met de gebruikers en hun gedrag, in z’n totaliteit beter in het ecosysteem past - en dus een ook nog eens organisch onderdeel uitmaakt van z’n omgeving.

Als je op deze manier naar het Oude Stadhuis kijkt is er op het vlak van duurzaamheid veel mogelijk. Het gebouw staat midden in het grid en de maatregelen die je neemt spiegelen af op de hele omgeving. In de vorm is het een kantoorgebouw. Het is de uitdaging om daar meer natuur in te brengen. Vanuit de biophilia-gedachte, kort door de bocht de liefde voor levende systemen, kun je de verticale tuin toepassen om een groene gevel te creëren. Meerdere functies kun je daarin verenigen: het isoleert, het kan het fijnstof opvangen (de groene longen van de stad!) en het is een probaat middel tegen hittestress. Maar het is dus ook gewoon vanuit gezond verstand. Eén ingreep die meervoudige circulaire winst oplevert, voor het gebouw, het gebruik en de omgeving. En wat we ook weten is dat het voor een mens gezonder is als hij in connectie met de natuur is – nog meer winst!

In de contacten die er zijn merk je dat deze denk- en doewereld nog relatief onbekend is waardoor men er nog een beetje bang voor is; dat roept hier en daar weerstand op. En dat is jammer en onnodig. Want net als de meeste architecten en ontwikkelaars kijken wij natuurlijk ook goed naar de gebruikers en willen wij ook mooie plaatjes maken! Maar dan in een bredere en natuurlijker context, waardoor het nog duurzamer kan en wordt. En dat kan, biomimicry biedt zoveel prachtige kansen en toepassingen! De natuur geeft helemaal gratis het goede voorbeeld en levert ons van alles aan, je hoeft er alleen maar gebruik van te maken. Moeilijker is het niet. Dus ‘spread the word’!

Afbeeldingen

0  reacties